Taalwinkel

Bijzondere soorten werkwoorden

In het Nederlands heb je soms te maken met onregelmatige werkwoorden: werkwoorden met een klinkerwisseling in perfectum en/of imperfectum. Ook kun je reflexieve werkwoorden en scheidbare werkwoorden tegenkomen in teksten.

Onregelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden zijn werkwoorden met een klinkerwisseling in perfectum en/of imperfectum. Bijvoorbeeld:

schrijven – schreef – heeft geschreven

voldoen – voldeed – heeft voldaan

springen – sprong – is gesprongen

Hebben of zijn?

De meeste onregelmatige werkwoorden krijgen hebben als hulpwerkwoord (zin 1 en 2). Een aantal onregelmatige werkwoorden krijgt echter zijn bij het perfectum (zin 3) en sommige kunnen hebben én zijn krijgen (zin 4 en 5).

  1. Hij heeft haar een mailtje geschreven.
  2. Hij heeft de boete voldaan.
  3. Het nieuwe jaar is begonnen.
  4. Hij heeft gelopen. (handeling van het lopen)
  5. Hij is naar zee gelopen. (verandering van situatie/plaats)

Tips

  • Noteer de vormen van werkwoorden in zinnen en leer ze uit je hoofd (ook de spelling).
  • Leer of een werkwoord met ‘hebben’ of met ‘zijn’ of met allebei gaat.

Reflexieve werkwoorden

Reflexieve werkwoorden zijn een combinatie van een werkwoord met een reflexief pronomen. Hieronder zie je veel voorkomende reflexieve werkwoorden met bijbehorend pronomen:

  • Ik schaamde me voor m’n stomme opmerking.
  • Jij trekt je die kritiek te persoonlijk aan.
  • Hij vergiste zich in het telefoonnummer en belde een wildvreemde.
  • Wij distantiëren ons van die maatregelen.
  • Jullie moeten je haasten, als je nog op tijd wil zijn.
  • Zij bemoeien zich altijd met zaken die hen niet aangaan.

Er zijn ook werkwoorden die niet-reflexief én reflexief gebruikt kunnen worden:

Niet-reflexief Reflexief
Ik was de kleren. Ik was me.
Hij verdedigde zijn vriend tegen alle kritiek. Hij verdedigde zich(zelf) tegen alle kritiek.
Zij sneed de uien. Zij sneed zich lelijk met dat mes.

Herken je de fout?

  1. Hij was niet op de bijeenkomst omdat hij in de datum vergist had.
  2. Je moet niet altijd met mijn zaken bemoeien.
  3. Heb je misschien douchegel voor me? Ik ga even wassen.

Hier mist inderdaad nog het reflexief pronomen (zich, je, me). Dit moest dus telkens nog worden toegevoegd.

  1. ... omdat hij zich in de datum vergist had.
  2. Je moet je niet altijd met mijn zaken bemoeien.
  3. ... Ik ga me even wassen.

Scheidbare en onscheidbare werkwoorden

Scheidbare werkwoorden

Scheidbare werkwoorden zijn combinaties van een werkwoord met een prefix (voorvoegsel): uitstellen (uit + stellen), aandoen (aan + doen), terechtkomen (terecht + komen), enzovoorts. Zo’n scheidbaar werkwoord schrijf je soms aan elkaar en soms niet.

Soort zin Scheiden of niet? Regel + voorbeeldzin
Hoofdzin Scheiden

Praesens of imperfectum (1)

Hoofdzin Scheiden Infinitief met te (2)
Hoofdzin Aan elkaar

Perfectum (3)

Hoofdzin Aan elkaar

Infinitief zonder te (4)

Bijzin Scheiden Infinitief met te (5)
Bijzin Aan elkaar Perfectum (6)
Bijzin Aan elkaar Praesens (7)
Bijzin Aan elkaar

Infinitief zonder te (8)

  1. De gemeente nodigt alle inwoners uit.
  2. De gemeente besloot alle inwoners uit te nodigen.
  3. De gemeente heeft alle inwoners uitgenodigd.
  4. De gemeente wil alle inwoners uitnodigen.
  5. De bijeenkomst zal groots worden, omdat de gemeente besloot alle inwoners uit te nodigen.
  6. De bijeenkomst zal groots worden, omdat de gemeente alle inwoners heeft uitgenodigd.
  7. De bijeenkomst zal groots worden, omdat de gemeente alle inwoners uitnodigt.
  8. De bijeenkomst zal groots worden, omdat de gemeente alle inwoners wil uitnodigen.

Onscheidbare samengestelde werkwoorden

Stofzuigen is een voorbeeld van een onscheidbaar samengesteld werkwoord. Dit betekent dat de delen stof en zuigen niet uit elkaar gehaald mogen worden. Het is dus niet: ik zuig stof, maar ik stofzuig. En omdat het een relatief nieuw werkwoord is, wordt het zwak vervoegd. Het is dus niet: ik stofzoog, maar: ik stofzuigde.

Hetzelfde geldt voor werkwoorden als:

zweefvliegen: ik zweefvlieg, ik zweefvliegde, ik heb gezweefvliegd

beeldhouwen: ik beeldhouw, ik beeldhouwde, ik heb gebeeldhouwd

glimlachen: ik glimlach, ik glimlachte, ik heb geglimlacht

Deze werkwoorden worden dus gewoon volgens de regels van de verleden tijd vervoegd.

Onscheidbare werkwoorden met prefix

Er zijn ook werkwoorden met een prefix die nooit scheidbaar zijn, bijvoorbeeld:

Hij overtuigt iedereen van zijn gelijk.

Hij heeft iedereen van zijn gelijk overtuigd.

Hij weet iedereen van zijn gelijk te overtuigen.

Scheidbare versus onscheidbare werkwoorden

Bij een scheidbaar werkwoord ligt de klemtoon altijd op het (eerste element van het) werkwoorddeel. Bij verreweg de meeste niet-scheidbare werkwoorden ligt deze op het werkwoorddeel, en dan wel op het eerste element daarvan.

Hier volgt een aantal veel voorkomende scheidbare en niet-scheidbare werkwoorden. Twijfel je waar de klemtoon ligt? Check het dan in je woordenboek.

Scheidbaar uitgeven, teleurstellen, voorstellen, meevallen, voorkomen (= gebeuren), aanstellen
Nooit scheidbaar ontdekken, bespreken, verkopen, overtuigen, voorkomen (= zorgen dat iets niet gebeurt)

Herken je de fout?

  1. De vergadering plaatsvindt in het gemeentehuis.
  2. Iedereen klaagt omdat de ontevredenheid onder de mensen neemt toe.
  3. Deze ziekte voorkomt bijna niet meer in Nederland.

Plaatsvinden, toenemen en voorkomen (= gebeuren) zijn scheidbare werkwoorden. Je scheidt ze in de hoofdzin, maar niet in de bijzin.

  1. De vergadering vindt in het gemeentehuis plaats.
  2. Iedereen klaagt omdat de ontevredenheid onder de mensen toeneemt.
  3. Deze ziekte komt bijna niet meer in Nederland voor.

Meer werkwoordkwesties

Gepubliceerd door  Taalwinkel De regels van het Nederlands: Hoofdstuk 16 (Reflexieve werkwoorden). 15 maart 2022