Taalwinkel

Interviewvragen stellen

Tijdens een interview kun je diverse soorten vragen stellen. Het is goed om dat te beseffen voordat je begint met het interview. Hoe je een vraag formuleert, bepaalt in hoge mate wat voor antwoord je krijgt.

Bedenk vooraf de letterlijke formuleringen van de vragen. Op die manier kun je beïnvloeden dat je zo veel mogelijk de informatie krijgt die je wilt krijgen.

Open of gesloten vragen?

Bij open vragen heeft de geïnterviewde ruimte om te antwoorden.

  • Voordeel: je duwt de geïnterviewde niet een bepaalde kant op.
  • Nadeel: de geïnterviewde kan te veel kanten opgaan.

Wat vindt u van …?
Waarom …?
Hoe komt het dat …?
Wat kunt u vertellen over …?

Bij gesloten vragen zijn maar een paar antwoorden mogelijk.

  • Voordeel: je kunt iemand tot een simpel antwoord dwingen.
  • Nadeel: de sturing kan vervelend zijn en iemand kan heel korte antwoorden geven, waardoor je weinig informatie krijgt.

Is uw werk belangrijk voor u? – Ja.
Gaan studenten alleen online college volgen? – Misschien.

Directe of indirecte vragen

Met directe vragen ga je direct op je doel af.

  • Voordeel: je bent direct en duidelijk.
  • Nadeel: het kan brutaal overkomen.

Bent u tevreden met uw werk?

Met indirecte vragen ga je niet direct op je doel af.

  • Voordeel: het is niet zo confronterend.
  • Nadeel: je krijgt niet altijd de informatie die je wilt.

Welke leuke kanten heeft uw werk?

Stel aan het begin van het interview vooral open en indirecte vragen (zo voelt de geïnterviewde zich meer op zijn gemak) en pas later gesloten en directe vragen om meer precieze informatie los te krijgen.

Doorvragen

Soms geeft iemand enkel korte antwoorden, waardoor je niet genoeg informatie krijgt. Vraag dan tijdens het interview goed door. Je kunt dit zowel met open als gesloten vragen doen, en met directe en indirecte vragen.

Gepubliceerd door  Taalwinkel 17 februari 2022