Taalwinkel

Taalbeoordelingsformulier met feedbackzinnen

Het Taalteam van HvA Studentenzaken heeft een taalbeoordelingsformulier ontwikkeld, bedoeld voor docenten en hun studenten. Het formulier bevat feedbackzinnen, die docenten kunnen gebruiken om taal summatief of formatief te beoordelen en daarbij gerichte feedback te geven. Studenten kunnen het formulier gebruiken als checklist, voordat ze een geschreven tekst inleveren.

Toelichting

Het formulier is ontwikkeld door het Taalteam van HvA Studentenzaken. Je mag dit formulier voor niet-commerciële doeleinden gebruiken en aanpassen aan je eigen situatie, onder vermelding van HvA Studentenzaken. HvA-docenten kunnen dit formulier koppelen als rubric in Brightspace; stuur een e-mail naar het Taalteam voor meer informatie.

Het schrijfproces

Er wordt uitgegaan van vier onderdelen (stadia) binnen het schrijfproces: voorbereiden, structureren, formuleren en redigeren. Deze onderdelen komen in meer of mindere mate terug in het taalbeoordelingsformulier.

De huidige versie van het taalbeoordelingsformulier gaat uit van vier categorieën: afstemming op doel en publiek, samenhang (op tekst- en alinea- en zinsniveau), formulering (woordgebruik) en eindredactie (grammatica, spelling, interpunctie en lay-out).

Momenteel wordt een nieuwe versie getest, die uitgaat van structureren, formuleren en redigeren:

  • Structureren gaat over de structuur en de opbouw van de tekst als geheel, van de alinea’s en van de zinnen. Ook gaat dit over de samenhang tussen de verschillende tekstonderdelen.
  • Om goed te formuleren moeten de juiste woorden en zinnen zijn gekozen en moeten die keuzes passen bij het tekstdoel en bij de lezer.
  • Bij het redigeren zijn de juiste spelling, grammatica en interpunctie belangrijk.

Opdrachtomschrijving

Voorbereiden wordt niet beoordeeld in dit formulier, maar is wel essentieel voor het goed kunnen uitwerken van de opdracht. Dit onderdeel is moeilijk te beoordelen, maar het is wel belangrijk dat studenten bij hun voorbereiding worden geholpen. Docenten hebben de taak om van tevoren voldoende informatie te geven over de tekst die de studenten moeten schrijven; hiervoor is een goede handleiding of opdrachtomschrijving essentieel. De Checklist handleidingen en opdrachtomschrijvingen (pdf) kun je als docent gebruiken om te controleren of je handleiding of opdrachtomschrijving volledig is.

Feedback

Bij elk onderdeel staat aangegeven of de student voldoende (V) dan wel onvoldoende (O) scoort. Docenten kunnen de relevante feedbackzinnen aanvullen met specifieke voorbeelden uit de ingeleverde tekst. Deze feedbackzinnen zijn uiteraard ook te gebruiken als aandachtspunten bij een voldoende (V), inclusief eventuele voorbeelden uit de ingeleverde tekst. Per categorie zijn verwijzingen opgenomen voor verdere informatie.

Structureren

V: Je tekst is helder opgebouwd, bevat samenhang binnen alinea’s en zinnen.

O: Je tekst is niet helder opgebouwd en/of bevat geen samenhang binnen alinea’s en/of zinnen.

Opbouw (tekstniveau)

Mogelijke feedback als de opbouw (tekstniveau) onvoldoende is:

  • De opbouw van je tekst past niet bij de tekstsoort, bv. in een betoog begin je meestal met een inleiding, daarna argumenten voor, daarna tegenargument(en) en tot slot een conclusie.
  • De inleiding is niet duidelijk te herkennen.
  • Het slot is niet duidelijk te herkennen.
  • Er is geen duidelijke samenhang tussen de verschillende onderdelen.
  • Je gebruikt geen heldere hoofdstuk- en/of paragraafindeling.
  • Niet elk hoofdstuk begint met een inleiding, waarin duidelijk wordt waar het hoofdstuk over gaat en wat erin wordt beschreven.
  • Je lay-out past niet bij de tekstsoort.

Samenhang (alineaniveau)

Mogelijke feedback als de samenhang (alineaniveau) onvoldoende is:

  • Je alinea’s bevatten meer dan één hoofdgedachte.
  • Je alinea’s bevatten te veel herhalingen, waardoor je tekst verwarrend of onduidelijk is.
  • Tussen alinea’s gebruik je te weinig signaalwoorden.
  • Je verwijst niet naar bijlagen.
  • Je verwijst niet naar grafieken, tabellen en/of afbeeldingen.
  • Je hebt grafieken, tabellen en/of afbeeldingen niet in de buurt van de beschrijving hiervan gezet.
  • Je hebt te veel witregels of inspringingen gebruikt, bv. elke zin op een nieuwe regel; zet bij elkaar wat bij elkaar hoort in een alinea.
  • Je hebt te weinig witregels of inspringingen gebruikt, waardoor de tekst niet prettig leest.
  • Je hebt je paragrafen en/of tussenkopjes niet logisch ingedeeld.
  • Je hebt te veel paragrafen en/of tussenkopjes gemaakt.

Samenhang (zinsniveau)

Mogelijke feedback als de samenhang (zinsniveau) onvoldoende is:

  • Tussen de zinnen gebruik je te weinig signaalwoorden.
  • Het is niet duidelijk waarnaar je verwijswoorden, bv. dit/dat, verwijzen.
  • Het is niet duidelijk welk verband je signaalwoorden aangeven, bv. omdat/waarvoor of echter/ook.
  • Je leidt citaten niet in of uit, waardoor de samenhang met je tekst ontbreekt (zie ook de HvA-cursus Bronvermelding ).

Formuleren

V: Je toon, woordgebruik en zinsbouw zijn afgestemd op het doel en de lezer van de tekst.

O: Je toon, woordgebruik en/of zinsbouw zijn niet afgestemd op het doel en/of de lezer van de tekst.

Toon

Mogelijke feedback als de toon onvoldoende is:

  • Het tekstdoel (informeren, beschrijven, overtuigen of argumenteren) past niet bij de tekstsoort, bv. als de inleiding van je verslag informerend is, probeer dan niet de lezer iets te verkopen.
  • Je taalgebruik past niet bij het doel, bv. een voorlichtingstekst (neutrale toon) verschilt van een wervende tekst (enthousiasmerend).
  • Je woorden en zinnen passen niet bij het publiek: je toon is (te vaak/soms) te persoonlijk/te zakelijk/te formeel of ambtelijk/te informeel/populair (spreektalig).
  • Je toon is niet consistent (overal hetzelfde), bv. je gebruikt ‘jij’ en ‘u’ door elkaar, of zowel ‘worden’ als ‘ik’.
  • Je adresseert de lezer in een tekstsoort waar dat niet gebruikelijk is, bv. ‘In dit hoofdstuk kunt u de conclusies vinden’ i.p.v. ‘In dit hoofdstuk staan de conclusies.’

Woordgebruik

Mogelijke feedback als het woordgebruik onvoldoende is:

  • Je gebruikt de passieve vorm te vaak, bv. een vorm van ‘worden’ of ‘zijn’.
  • Je gebruikt onvoldoende academische en vakspecifieke woorden en woordcombinaties.
  • Je gebruikt (academische en vakspecifieke) woorden en woordcombinaties verkeerd, bv. ‘Er werd een stagnatie ingezet’.
  • Je gebruikt afkortingen zonder ze te introduceren, bv. ‘BSA’ in plaats van ‘Bindend studieadvies (BSA)’.
  • Tussen alinea’s en zinnen gebruik je signaalwoorden niet goed, bv. ‘bovendien’ waar geen opsommend verband is.
  • Je legt begrippen die misschien onbekend zijn bij de lezer, niet uit, bv. nieuwe, vakspecifieke begrippen of definities.
  • Je gebruikt te veel spreektaal, bv. ‘In dit onderzoek wordt gekeken naar’, i.p.v. ‘Er wordt onderzoek gedaan naar’, of ‘We bespreken de theorie’ i.p.v. ‘In de theorie komt ... aan bod’.
  • Je gekozen woorden zijn te vaag, bv. ‘een bepaalde theorie’, ‘dingen’ of ‘goed’.
  • Je gebruikt te vaak dezelfde woorden en/of je herhaalt te vaak woorden.

Zinsbouw (formulering)

Mogelijke feedback als de zinsbouw (formulering) onvoldoende is:

  • Je hebt in je zinnen vaak het verkeerde onderwerp gekozen en/of de verkeerde persoonsvorm.
  • Je onderwerp en/of persoonsvorm staan vaak op de verkeerde plek in de zin.
  • Je hebt de passieve vorm gebruikt daar waar je beter had kunnen kiezen voor de actieve vorm, bv. ‘Er wordt aangegeven dat’ i.p.v. ‘In deze paragraaf staat’.
  • Je bent inconsequent met je tijden (je gebruikt werkwoordstijden door elkaar), bv. ‘toen hij de fout maakte, gaat het mis’.
  • Je gebruikt te vaak korte of juist te lange zinnen achter elkaar.
  • Je lange zinnen zijn lastig te begrijpen, bv. omdat gerelateerde informatie te ver uit elkaar staat (tangconstructies).
  • Je hebt te veel lidwoorden verkeerd gebruikt.
  • Je hebt te veel lidwoorden inconsequent gebruikt, bv. ‘de deksel’ en ‘het deksel’.
  • Binnen de zinnen gebruik je signaalwoorden niet goed, bv. ‘mits’ waar je ‘tenzij’ bedoelt.
  • Je maakt te vaak fouten in verwijzingen met die, dat of wat, bv. ‘het meisje die’ i.p.v. ‘het meisje dat’.
  • Je maakt te vaak fouten in verwijzingen met ‘waarvan’ en ‘van wie’.

Redigeren

V: Je maakt nauwelijks fouten in de woordvolgorde, zinsbouw, spelling en interpunctie.

O: Je maakt te veel fouten in de woordvolgorde, zinsbouw, spelling en/of interpunctie.

Zinsbouw (grammatica)

Mogelijke feedback als de zinsbouw (grammatica) onvoldoende is:

  • Je lange zinnen zijn te vaak fout vanwege de woordvolgorde (bv. tantebetje).
  • Je laat te vaak woorden weg, terwijl dit niet kan (foutieve samentrekking).
  • Je gebruikt de verkeerde voorzetsels, bv. ‘refereren naar’ i.p.v. ‘refereren aan’ of ‘verwijzen naar’.
  • Je vervoegt het bijvoeglijk naamwoord verkeerd, bv. ‘een mooie meisje’ i.p.v. ‘een mooi meisje’.
  • Je maakt te vaak fouten in meervoud/enkelvoud, bv. ‘25 procent van de leerlingen hebben’.

Spelling

Mogelijke feedback als de spelling onvoldoende is:

  • Je gebruikt afkortingen waar je ze ook kunt uitschrijven, dus bv. wel in een tabel, maar zo min mogelijk in de tekst zelf.
  • Je tekst bevat te veel vermijdbare typefouten.
  • Je spelt veel werkwoorden verkeerd, bv. d/t-fouten.
  • Je schrijft veel samenstellingen los.
  • Je schrijft woorden aan elkaar die juist los van elkaar horen, bv. ‘doormiddel van’ i.p.v. ‘door middel van’, of ‘tenslotte’ waar ‘ten slotte’ hoort.
  • Je schrijft afleidingen verkeerd, bv. hbo-er i.p.v. hbo’er.
  • Je gebruikt hoofdletters niet of niet goed, bv. ‘HAVO en MBO’ i.p.v. ‘havo en mbo’.

Interpunctie

Mogelijke feedback als de interpunctie onvoldoende is:

  • Je gebruikt te weinig leestekens.
  • Je leestekens staan op de verkeerde plek.
  • Je gebruikt te weinig komma’s.
  • Je gebruikt de puntkomma waar een dubbele punt had gemoeten.
  • Je gebruikt geen aanhalingstekens voor citaten.
  • Je gebruikt de verkeerde leestekens voor citaten en/of zet ze op de verkeerde plek, bv. ‘Dat is gebleken. (Bron, 2023)’, i.p.v. ‘Dat is gebleken (Bron, 2023).’

Voldoende niveau of niet?

Om een tekst van voldoende niveau te kunnen schrijven moet een student alle onderdelen voldoende beheersen. Toch zijn er verschillende niveaus te onderscheiden, zodat het mogelijk is om de ontwikkeling in taal zichtbaar te maken.

  • OP NIVEAU: Wanneer een student op alle onderdelen voldoende scoort, beheerst die het gevraagde niveau goed en hoeft die geen actie te ondernemen.
  • NOG NET NIET OP NIVEAU: Wanneer een student op slechts één onderdeel onvoldoende scoort, dan moet die actie ondernemen om gericht hieraan te werken.
  • NIET OP NIVEAU: Wanneer een student op meerdere onvoldoende scoort, dan moet die actie ondernemen om gericht hieraan te werken.
  • GEHEEL NIET OP NIVEAU: Wanneer een student bij alle onderdelen onvoldoende scoort, dan is de taalbeheersing problematisch. Als de student hier niets aan doet, gaat dit tot problemen leiden bij de uitvoering en beoordeling van vakken. De student moet actie ondernemen om het taalniveau in ieder geval op deze onderdelen te verbeteren.
Gepubliceerd door  Taalwinkel CC: BY-SA-NC Taalteam Studentenzaken 12 februari 2024