Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Lezen en woordenschat

Om een tekst goed te kunnen begrijpen, moet je tussen de 95 en 98% van de gebruikte woorden kennen. Ken je 90% van de woorden, dan wordt het al lastig om de tekst te begrijpen: je begrijpt een op de tien woorden niet. Het volgende voorbeeld maakt duidelijk hoe moeilijk het is om dan een tekst te begrijpen. Kun je raden waar het onderstaande fragment over gaat?

 

 

Een derde van de volwassen Nederlanders heeft wel eens _______(1)_______. Vrouwen hebben twee keer zo vaak last van _____(2)___________ als mannen. Ook komen deze ________(3)__________ vaker voor op latere leeftijd.

 

Zonder begrip van de weggelaten woorden: (1) en (3) slaapproblemen en (2) slapeloosheid is het heel lastig te begrijpen waarover het gaat – je zou er ook andere woorden kunnen invullen die een geheel andere betekenis aan je tekst geven. Dat gebeurt eigenlijk ook als je de woorden niet kent: dan kun je de strekking van de zinnen en daardoor van de hele tekst eigenlijk niet bevatten. Om een tekst op het niveau van je opleiding snel en goed te kunnen lezen heb je al gauw een passieve woordenschat van zo’n 12.000 woorden nodig. Passief wil zeggen dat je woorden herkent, maar niet per se zelf die woorden goed kunt gebruiken. Of je woordenschat voldoende is, kun je met deze test checken.

 

 

Een grote woordenschat is een van de belangrijkste voorspellers van studiesucces. Lees daarom meer over het vergroten van je woordenschat bij Tips voor het uitbreiden van je woordenschat.

 

 

Wil je meer weten over het verband tussen woordenschat en tekstbegrip? Lees dan eens de volgende artikelen: