Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Antwoorden: het gebruik van ‘er’

Wat is de gemaakte fout?

  1. U ziet goed uit vandaag, beter dan gisteren. Voelt u zich ook beter?
  2. Ik ga snel vandoor. Het college begint over vijf minuten.
  3. Hij is helemaal overwerkt. Hij gaat een tijdje tussenuit.
  4. Heb jij een pasje? Ja, ik heb een.
  5. Hebben ze kinderen? Nee, ze hebben geen.
  6. Was er veel belangstelling voor zijn kaartjes? Ja, ik geloof dat hij zo’n honderd verkocht heeft.

Antwoorden

Het woordje ‘er’ ontbreekt. Het moet zo:

  1. U ziet er goed uit vandaag, beter dan gisteren. Voelt u zich ook beter?
  2. Ik ga er snel vandoor. Het college begint over vijf minuten.
  3. Hij is helemaal overwerkt. Hij gaat er een tijdje tussenuit.
  4. Heb jij een pasje? Ja, ik heb er een.
  5. Hebben ze kinderen? Nee, ze hebben er geen.
  6. Was er veel belangstelling voor zijn kaartjes? Ja, ik geloof dat hij er zo’n honderd verkocht heeft.

Regels

Check de regels nog eens bij Het gebruik van ‘er’.