Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Afstuderen Stap 1: Centrale vraag

4 centrale vraagNa het formuleren van de probleemanalyse en de doelstelling volgt het formuleren van de centrale vraag. Dit is de vraag die je in je scriptie gaat beantwoorden. We gaan in op de richtlijnen, de onderdelen, de toelichting en het verband tussen de centrale vraag, en het doel en de onderzoeksmethoden. Tot slot kun je nog oefenen met het maken van een goede centrale vraag.

 

Richtlijnen voor de centrale vraag

Houd je bij het formuleren van de centrale vraag aan de volgende richtlijnen:

  • De vraag is niet te breed.
  • De vraag geeft het doel weer.
  • De vraag is neutraal gesteld.
  • De vraag is enkelvoudig.

 

1. Niet te breed

Het is belangrijk dat je je centrale vraag zorgvuldig formuleert. Baken het onderwerp af, zoals je bij de probleemanalyse hebt gedaan.

 

Vergelijk deze twee centrale vragen:

    1. Hoe kan de cateraar van de UvA en HvA de kantines toekomstproof maken?
    2. Welke mogelijkheden heeft de cateraar van de UvA en HvA om de gebruikersbeleving voor de doelgroep te optimaliseren in de toekomst?

2. Duidelijk doel

Het is belangrijk dat je in je centrale vraag het doel van je scriptie duidelijk naar voren brengt. Dit geeft duidelijkheid over de vervolgstappen die je gaat nemen in je onderzoek.

 

Hieronder staan vier veelvoorkomende doelen omschreven:

  • Bij een beschrijvende centrale vraag werk je een bepaald thema uit of trek je een vergelijking.
  • Bij een verklarende centrale vraag verklaar je oorzaken, motieven of achtergronden.
  • Bij een beoordelende centrale vraag definieer je, evalueer je of schets je gevolgen.
  • Bij een adviserende centrale vraag onderzoek je de geschiktheid van een of meer maatregelen.

 

3. Neutraal

Zorg dat je je centrale vraag objectief formuleert. Dit betekent dat je je standpunt niet in je centrale vraag verwerkt en geen gekleurde termen gebruikt.

 

Vergelijk deze twee centrale vragen:

    1. Welke mogelijkheden heeft de cateraar van de UvA en HvA om de ouderwetse kantines aan te passen voor de toekomst?
    2. Welke mogelijkheden heeft de cateraar van de UvA en HvA om de gebruikersbeleving voor de doelgroep te optimaliseren in de toekomst?

 

4. Enkelvoudig

De centrale vraag moet alleen uit een hoofdvraag bestaan. Om de centrale vraag te beantwoorden stel je deelvragen op, maar deze verwerk je niet in je centrale vraag.

 

Vergelijk deze twee centrale vragen:

    1. Welke mogelijkheden heeft de cateraar van de UvA en HvA om de gebruikersbeleving voor de doelgroep te optimaliseren in de toekomst en hoe kunnen zij deze mogelijkheden afzetten tegen de financiële beperkingen?
    2. Welke mogelijkheden heeft de cateraar van de UvA en HvA om de gebruikersbeleving voor de doelgroep te optimaliseren in de toekomst?

 

De onderdelen van de centrale vraag

Het belangrijkste bij een centrale vraag is dat die zo precies mogelijk is. Daarvoor is het belangrijk dat je weet uit welke onderdelen je vraag bestaat. Meestal zijn dat er drie:

  1. het domein
  2. de afhankelijke variabele
  3. de onafhankelijke variabele.

Soms heeft je vraag geen variabelen, dus dan is er alleen een domein. Dit komt vooral voor bij beschrijvende vragen, waarvoor je alleen literatuuronderzoek doet. We gaan er nu van uit dat je vraag uit alle drie onderdelen moet bestaan.

 

Een voorbeeld van een onderzoeksvraag

De drie onderdelen kunnen het beste worden uitgelegd aan de hand van een voorbeeld.

 

Eerste versie van je onderzoeksvraag

 

Wat gebeurt er (2) in Nederland (1) als het lang droog is (3)?

 

We beginnen bij het domein, het gedeelte waar het onderzoek zich afspeelt. In deze vraag is dat: ‘in Nederland’. Vervolgens kijken we naar het tweede onderdeel, de afhankelijke variabele. Dat is hier: ‘Wat gebeurt er’. Deze variabele is altijd afhankelijk van het volgende onderdeel van de vraag, namelijk de onafhankelijke variabele, in dit geval: ‘als het lang droog is’. Ofwel: wat er gebeurt, is afhankelijk van hoe lang het droog is.

 

Tweede versie van je onderzoeksvraag

Nu je weet wat je domein en je variabelen zijn, kun je per onderdeel proberen de vraag minder vaag, dus meer precies te maken.

  • Het domein was ‘in Nederland’. Dat is nogal een groot gebied; het gaat over alles in Nederland. Een preciezere formulering zou bijvoorbeeld kunnen zijn: ‘de hoger gelegen zandbodems in Noord-Brabant’. Hiermee heb je het gebied kleiner gemaakt en preciezer aangegeven wat je van dat gebied wilt onderzoeken.
  • De afhankelijke variabele was: ‘Wat gebeurt er’. Dat is nog vaag; er kan namelijk van alles gebeuren door droogte: de grond kan scheuren, er kunnen dieren doodgaan, planten kunnen dorst krijgen en er is nog wel meer te bedenken. We maken deze dus preciezer: ‘Wat wordt de opnamecapaciteit van de grond’.
  • De onafhankelijke variabele was: ‘als het lang droog is’. Bij deze variabele kun je jezelf twee vragen stellen om de vraag preciezer te maken: (1) wat is lang en (2) wat is droog? We maken hiervan: ‘bij een totale jaarlijkse neerslag van minder dan 400 milliliter’.

 

Je uiteindelijke onderzoeksvraag wordt dan:

 

Wat wordt de opnamecapaciteit van de grond (2) in de hoger gelegen zandbodems in Noord-Brabant (1), bij een totale jaarlijkse neerslag van minder dan 400 milliliter (3)?

 

Toelichting op de centrale vraag

De centrale vraag alleen geeft soms niet eenduidig weer wat de reikwijdte is van het onderzoek. Licht begrippen daarom kort toe:

De doelgroep bestaat uit alle HvA-studenten, alle HvA-medewerkers, alle UvA-studenten en alle UvA-medewerkers. De gebruikersbeleving is optimaal wanneer de wensen van de doelgroep overeenkomen met de mogelijkheden die er zijn op het gebied van assortiment (diversiteit), de – inrichting van de – ruimte waarin gegeten kan worden inclusief voorzieningen (zoals de aanwezigheid van wifi), de mogelijkheid om in de kantine te eten en om eten mee te nemen, de wachttijden/wachtrijen, de kosten van de producten en de service/klantvriendelijkheid van het personeel.

 

Bron: A.F. Snoeck Henkemans. Schrijven. Handleiding voor het opstellen van zakelijke teksten. Groningen, 1989.

 

Verband tussen doel, centrale vraag en onderzoeksmethoden

Bij verschillende doelstellingen horen typen centrale vragen en daarbij verschillende onderzoeksmethoden, zoals het volgende schema (Mertens, 2013) laat zien:

 

Doel Centrale vraag Onderzoeksmethode(n)
Beschrijven Wat …? Analyse van bestaand materiaal, Enquête, Inhoudsanalyse
Definiëren Welke kenmerken …? Observatie, Analyse van bestaand materiaal, Enquête, Literatuuronderzoek
Adviseren Wat moet … doen? Literatuuronderzoek, Analyse van bestaand materiaal, Observatie, Enquête
Verklaren Waarom of hoe komt het dat …? Literatuuronderzoek, Observatie, Enquête, Experiment
Voorspellen Welke ontwikkelingen of welke verwachtingen? Literatuuronderzoek, Analyse van bestaand materiaal, Experiment
Vergelijken/exploreren Wat is de samenhang of wat is het verschil?
Hoe zit … in elkaar?
Literatuuronderzoek, Observatie, Enquête,Experiment, Tekstinterpretatie en -analyse, Discussie en dialoog, Rollenspel en simulatie, Training
Evalueren Hoe wordt … beoordeeld? Literatuuronderzoek, Enquête, Interviews
Ontwikkelingen volgen Welke trends zijn waar te nemen? Monitor, Indexering

 

Gebaseerd op: Mertens, J. (2013) Praktijkonderzoek voor bachelors. Leidraad voor studenten bij het (af)studeren in het competentiegericht hbo. Bussum: Coutinho

Oefening: centrale vraag formuleren

Probeer nu zelf eens een centrale vraag te formuleren. Probeer eerst het domein en de variabelen te vinden in de volgende centrale vraag. Formuleer vervolgens een tweede (preciezere) versie van deze onderzoeksvraag, waarbij je de richtlijnen in je achterhoofd houdt.

 

Wat moet de HvA doen om de studenten te helpen?

 

Vergelijk nu je antwoord met onze uitwerking van deze centrale vraag.