Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Meerdere werkwoorden in een zin

 

Welke vorm krijgen werkwoorden achteraan de zin?

Staan er twee werkwoorden in een zin?

  • Eén van deze werkwoorden is de persoonsvorm.
  • Is deze persoonsvorm een vorm van ‘hebben’ of ‘zijn’?
  • Dan moet het andere werkwoord een voltooid deelwoordsvorm (participium) krijgen, met -t, -d of -en:
Hij heeft/had een nieuwe opdracht bedacht.
Hij heeft/had een nieuwe opdracht geregeld.
Hij heeft/had een nieuwe opdracht gekregen.

 

Is de persoonsvorm een ander werkwoord? 
Dan moet het andere werkwoord de infinitiefvorm krijgen (het hele werkwoord):

Hij mag/mocht een nieuwe opdracht bedenken.
Hij wil/wilde een nieuwe opdracht regelen.
Hij moet/moest een opdracht krijgen.
Hij belooft/beloofde een nieuwe opdracht te regelen.

 

Staan er meer werkwoorden in de zin? 
Dan krijgen de laatste werkwoorden de infinitiefvorm.

Hij heeft/had een opdracht kunnen regelen.
Hij moet/moest een nieuwe opdracht kunnen regelen.
Hij wil/wilde een nieuwe opdracht gaan regelen.
Hij belooft/beloofde een nieuwe opdracht te gaan regelen.