Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Kolommenschema

Wat is een kolommenschema?

Bij een studie hoort het lezen van grote hoeveelheden tekst. Doe je dit efficiënt, dan kost het je niet te veel tijd en ben je bovendien goed voorbereid op je tentamens. Een kolommenschema maken kan je hierbij helpen. Je maakt een selectie van de belangrijkste informatie. Voor het tentamen hoef je dan niet het hele boek te herlezen maar kun je je schema gebruiken.

Voordat je een kolommenschema gaat maken kijk je naar de structuur van de tekst. De meeste studieteksten hebben een structuur. De volgende structuren komen vaak voor:

  • opsomming (het beschrijven van een aantal kenmerken of elementen)
  • chronologie (op volgorde van tijd)
  • dit – tegenover – dat (een vergelijking)
  • probleem – oplossing
  • oorzaak – gevolg
  • proces

Na het bekijken van de teksstructuur kun je beginnen met het maken van een kolommenschema. Een kolommenschema bestaat uit vier kolommen.

 

Een kolommenschema bestaat meestal uit vier kolommen:

 

Kolom 1: de hoofdzaak

Wanneer je de titel en inleiding van een hoofdstuk leest, weet je snel wat je kunt verwachten want de schrijver geeft vaak een kort overzicht van de inhoud van de tekst. Je hebt dan de hoofdzaak gevonden. Voor het maken van een (samenvattend) schema van je tekst maak je op de computer vier kolommen. In de eerste kolom staat de hoofdzaak in een paar woorden.

 

Kolom 2: de aspecten

In een hoofdstuk kun je verschillende paragrafen vinden die allemaal deelonderwerpen zijn van het grote onderwerp. Dit zijn de aspecten van de hoofdzaak. Deze verschillende aspecten zet je in de tweede kolom van het schema.

 

Kolom 3: de deelaspecten

Een studietekst kan lang zijn en bestaat daarom uit verschillende paragrafen. Ook binnen een paragraaf kan veel informatie staan. De paragrafen heten de aspecten, de verschillende onderwerpen binnen de paragraaf zijn de deelaspecten. Deze worden vaak aangegeven met tussenkopjes of met woorden in de kantlijn. Deze deelaspecten komen in de derde kolom te staan. De derde kolom bevat dus vrij precieze informatie.

 

Kolom 4: de uitleg

Het niveau van de vierde kolom is het niveau van de echte tekst en heet uitleg. Je moet nu alsnog zoekend door de tekst om de belangrijke dingen te vinden. Lees dus niet de hele tekst maar let op de andersgedrukte woorden, de kernzin van een alinea, definities, en signaalwoorden. Ook illustraties kunnen belangrijk zijn.

Wanneer je informatie in de vierde kolom zet, vraag je dan telkens af of het hoort bij het (deel)aspect. Er is namelijk geen plaats voor nutteloze informatie (voorbeelden, herhalingen, extra uitleg). Schrijf alles in je schema kort en bondig op met symbolen en afkortingen. Definities en omschrijvingen moeten uiteraard letterlijk overgenomen worden.

 

Kolom 5: aansprekende voorbeelden

Als er in de tekst voorbeelden worden genoemd waarmee je een (deel)aspect beter begrijpt, geef die voorbeelden dan kort weer in een aparte kolom.

 

Hoe maak je een kolommenschema?

Begin met het opschrijven van een belangrijk aspect (kolom 2). Ga daarna verder met de bijbehorende deelaspecten (kolom 3) en daarna de uitleg (kolom 4). Vervolgens begin je opnieuw met het volgende aspect in de tweede kolom, de daarbijbehorende deelaspecten in de derde kolom en de uitleg in de vierde. Je ‘zigzagt’ tussen de kolommen en werkt zo naar beneden tot je het hele hoofdstuk/artikel/boek gedaan hebt.

Het maken van een kolommenschema is een tijdrovende klus maar bedenk ook de voordelen ervan: je bereidt je meteen voor op je tentamen, er blijft veel informatie hangen, je vindt de structuur in de teksten, je scheidt de hoofd- en bijzaken.

 

  • Bepaal goed waar de informatie hoort te staan. Is het een aspect, een deelaspect of gaat het om de uitleg?
  • Schrijf kort en bondig.
  • Gebruik symbolen en afkortingen.
  • Neem definities en omschrijvingen letterlijk over.
  • Gebruik signaalwoorden
  • Gebruik het schema niet bij juridische teksten en bij slecht gestructureerde teksten.