Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Afstuderen stap 4: opbouw scriptie

13 opbouw scriptieEen scriptie bestaat uit een aantal vaste onderdelen. Houd er wel rekening mee dat per instituut, afdeling, faculteit, domein of opleiding andere afspraken bestaan over de volgorde, de benaming en het al dan niet opnemen van deze tekstonderdelen. Neem deze informatie dus niet klakkeloos over, maar informeer naar de conventies op jouw vakgebied.

 

De opbouw van een scriptie

 

Titelpagina/omslag

Op de titelpagina vermeld je altijd je naam, studentnummer, de titel, de publicatiedatum en andere relevante informatie. Als er meerdere personen aan het onderzoeksverslag hebben gewerkt, dan vermeld je de auteurs op volgorde van bijdrage. Kies voor een titel die informatief en bondig is, maar ook uitnodigend als dat mogelijk is.

 

Voorwoord

Dit is een niet-noodzakelijk tekstonderdeel. Het is een persoonlijk getinte tekst waarin je plezierige of teleurstellende ervaringen kwijt kunt. Het staat niet direct in verband met de inhoud. In het voorwoord kun je mensen bedanken die hebben geholpen bij het tot stand komen van de tekst, aangeven voor wie de tekst geschreven is en waarom.

 

Inhoudsopgave

Een inhoudsopgave dient ervoor de lezer een eerste indruk te geven van de inhoud en de structuur van het verslag. Het maken van de inhoudsopgave is een precisiewerkje. Zorg dat alles klopt en dat het duidelijk en overzichtelijk is.

 

Samenvatting

Een samenvatting is een op zichzelf staand verhaal. In het kort beschrijf je het hele onderzoek: de probleemanalyse, de doelstelling, de centrale vraag en de deelvragen, de opzet van het onderzoek, de resultaten en de belangrijkste conclusies en aanbevelingen. Het is belangrijk dat je goed de hoofd- en bijzaken kunt scheiden. Je geeft de lezer inzicht in alle hoofdzaken van je scriptie. Alles moet erin staan; op basis van je samenvatting bepaalt de lezer of het stuk relevant voor hem/haar is. De samenvatting schrijf je nadat je je onderzoek hebt afgerond, maar je plaatst de samenvatting aan het begin van je scriptie.

 

Hoofdstuk 1 Inleiding

In dit hoofdstuk ga je in op het praktijkvraagstuk en de context ervan. Je benoemt de relevantie van het onderzoek, de probleemanalyse, de doelstelling, de centrale vraag en deelvragen en de opbouw van je scriptie. Kijk bij Onderdelen van een inleiding voor een gedetailleerdere beschrijving van wat er in een inleiding moet staan.

 

Hoofdstuk 2 Theoretisch kader

In dit hoofdstuk onderbouw je je onderzoeksvragen en kernbegrippen aan de hand van theorie. De beschrijvende onderzoeksvragen kun je door middel van een literatuurstudie beantwoorden. Door je in te lezen in de theorie orden je de informatie en kun je je onderzoek afbakenen. Je kunt voor elke onderzoeksvraag een aparte paragraaf aanmaken. Het is thematisch geordend. Ook laat je de grenzen van het onderzoek zien; wat onderzoek je wel en wat niet.

Als je verwijst naar theorie, zorg dan voor een correcte bronvermelding. Ook als je stukken tekst van een ander in je eigen woorden overneemt, moet je dat vermelden.

 

Hoofdstuk 3 Onderzoeksmethoden

In dit hoofdstuk schrijf je hoe je te werk bent gegaan tijdens je onderzoek. Je beschrijft de onderzoeksgroep en de methode die je gebruikt hebt voor het uitvoeren van je onderzoek. Je vertelt welke meetinstrumenten je hebt gebruikt en je licht keuzes toe. Ook geef je aan hoe je deze hebt ontwikkeld. Verder schrijf je hoe de dataverzameling is gegaan. Als je een vragenlijst hebt gebruikt voor je dataverzameling, neem je deze op als bijlage. Het is belangrijk om hier zo specifiek mogelijk te zijn. Andere onderzoekers moeten jouw onderzoek kunnen herhalen.

 

Hoofdstuk 4 Resultaten

In dit hoofdstuk geef je de feitelijke resultaten van het onderzoek weer. Het gaat bijvoorbeeld om de uitkomsten van een enquête of de metingen van een experiment. Je analyseert de resultaten. Je geeft nog geen verklaringen en trekt nog geen conclusies. Je beantwoordt niet de onderzoeksvragen. Het is een objectief beeld van het verzamelde materiaal. Je kunt als structuur van het hoofdstuk de ordening op je deelvragen hanteren. Je kunt gebruikmaken van figuren en tabellen en daar in de tekst naar verwijzen. Als je daarvoor kiest, zorg dan dat de figuren en tabellen te begrijpen zijn zonder de tekst, maar dat je in de tekst wel uitleg geeft over de opmerkelijkheden die de lezer kan terugvinden in de figuren en tabellen.

 

Hoofdstuk 5 Conclusies en discussie

In dit hoofdstuk herhaal je (samenvattend) de resultaten. Je herhaalt de onderzoeksvragen en geeft alleen antwoord op de centrale vraag en de deelvragen. Je baseert je conclusies op het onderzoeksmateriaal. Je haalt geen gegevens erbij die niet onderzocht zijn.

In het discussiegedeelte geef je mogelijke andere interpretaties, verklaringen en visies weer. Dit kun je vanuit de literatuur doen, maar dit kan ook je eigen mening zijn. Je beschrijft ook wat de resultaten zeggen over de theorieën die je hebt beschreven in het theoretische kader. Zijn de gevonden resultaten een onderbouwing van je theorie of juist niet? En wat betekenen de resultaten voor de theorie waar het onderzoek op voortbouwt?

 

Hoofdstuk 6 Aanbevelingen

In dit hoofdstuk laat je de betekenis van de onderzoeksopbrengsten voor het praktijkprobleem zien. Je geeft mogelijke aanbevelingen en vertelt hoe die tot stand zijn gekomen. Zorg dat het zo concreet mogelijk is. Aanbevelingen moeten uitvoerbaar zijn. Ook denk je na of vervolgonderzoek nodig is en geef je hiervoor suggesties.

 

Literatuurlijst

Hier neem je alle literatuur op die je voor je onderzoek geraadpleegd hebt. Het verwijzen naar literatuur is aan allerlei regels gebonden.

 

Bijlagen

Aan het eind van je verslag neem je eventuele bijlagen op. Dit kunnen bijvoorbeeld vragenlijsten zijn die je gebruikt hebt voor je onderzoek.