Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Plaats van de persoonsvorm in de hoofdzin

De persoonsvorm van het werkwoord staat in mededelende hoofdzinnen altijd op de tweede plaats in de zin. Kijk maar: Kinderen kijken tegenwoordig urenlang televisie. 1                2            3             …… Ook zitten ze hele dagen te gamen of te internetten 1         2     3   ……   Lekker buiten spelen is er niet meer bij. 1       […]

Niet alleen mijn zus, maar ook mijn broer was/waren

zin 1 Niet alleen mijn zus, maar ook mijn broer was aanwezig zin 2 Niet alleen mijn zus, maar ook mijn broer waren aanwezig   Zin 1 is goed, want deze zin is eigenlijk een samentrekking van de zin: Niet alleen mijn zus was aanwezig, maar ook mijn broer was aanwezig. Voor de niet alleen…maar […]

Ik die ben/is

zin 1 Ik die hier al 50 is, word nu ontslagen zin 2 Ik die hier al 50 ben, word nu ontslagen   Zin 1 is fout, zin 2 is goed. ‘Die’ verwijst in dit geval naar ik. Bij ‘ik’ hoort de persoonsvorm ben. De eerste zin is daarom fout. Ga voor meer uitleg naar […]

Zowel….als heeft/hebben

zin 1  Zowel Ajax als Feijenoord heeft een sterk middenveld zin 2 Zowel Ajax als Feijenoord hebben een sterk middenveld   In dit geval kun je beter de vorm van zin 1 dan zin 2 gebruiken. Dat komt omdat de zin een afkorting is van de zin: Zowel Ajax heeft een sterk middenveld als Feijenoord […]

De juiste persoonsvorm

In de onderstaande gevallen kan het lastig zijn om de juiste vorm van de persoonsvorm te kiezen:   Een aantal studenten kwam/kwamen te laat. De VS is/zijn een offensief begonnen. Zowel Ajax als Feijenoord heeft/hebben een sterk middenveld. Ik, die hier al 50 jaar ben/is, word nu ontslagen. U hebt/heeft een leuke dochter. Je kan/kunt […]

Tips voor beter Nederlands

Zorg voor een correct gebruik van de voornaamwoorden Hij is veel groter dan mij Hij is veel groter dan ik   Zorg voor de correcte persoonsvorm Zowel mijn broer als mijn zus hebben een kind Zowel mijn broer als mijn zus heeft een kind   Zorg voor een correcte zinsbouw Hij heeft een groot huis […]

Komma

Veel schrijvers worstelen ermee: wanneer zet je nou een komma en wanneer niet? Dat komt omdat er geen vaststaande voorschriften zijn voor het juiste gebruik van de komma. Een advies dat je vaak hoort, is : plaats een komma als je bij hardop lezen een kleine pauze hoort. Die regel is niet voor iedereen makkelijk […]

De bijzin

Voorbeelden van bijzinnen zijn:   Wie zoet is…. ….dat hij ziek was ….die daar staat…. ….omdat het al laat is.   Bijzinnen vervullen een bepaalde functie in een hoofdzin. Het zijn onderdelen van een hoofdzin mét een eigen persoonsvorm.   Wie zoet is, krijgt lekkers. Bijzin is subject Ik wist niet dat hij ziek was. […]

De hoofdzin

In de Nederlandse taal onderscheiden we hoofdzinnen en bijzinnen. Hoofdzinnen komen zelfstandig voor, maar bijzinnen maken bijna altijd deel uit van een hoofdzin.   In een enkelvoudige hoofdzin staat één persoonsvorm. Voorbeelden van enkelvoudige hoofdzinnen zijn: De gemeente wil geen subsidie verlenen voor dit project. Ondanks haar leeftijd ziet ze er nog steeds geweldig uit. In […]

Het gezegde

Iedere zin bevat een gezegde. Dat kan een werkwoordelijk gezegde zijn, of een naamwoordelijk gezegde.   Een werkwoordelijk gezegde bestaat minimaal uit een enkele persoonsvorm, maar kan ook een of meer andere werkwoordsvormen bevatten, zoals een infinitief of voltooid deelwoord.   De zon schijnt al de hele dag. Wat gaan we vanavond eten? Zij stelt […]