Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Een argumentatieschema maken

Voordat je gaat schrijven, begin je met het op een rij zetten van de argumenten. Kies sterke argumenten die overtuigend zijn. Zo veel mogelijk argumenten hebben is niet het belangrijkste van het betoog. De argumenten moeten vooral duidelijk zijn en kloppen. Het standpunt moet aan de hand van de argumenten stevig onderbouwd zijn.

 

Zet de argumenten die je gaat gebruiken in een argumentatieschema, ook wel argumentatiestructuur genoemd. Een schema geeft een goed overzicht van het betoog. Je ziet of je voldoende argumenten hebt en of ze sterk genoeg zijn.

 

Er zijn vier vormen van argumentatie:

1. Enkelvoudige argumentatie

Bij enkelvoudige argumentatie onderbouw je je standpunt met één argument.
 

 

1. Het openbaar vervoer moet goedkoper worden.

1.1. Hierdoor zullen de files afnemen.


 

2. Meervoudige argumentatie

Bij meervoudige argumentatie gebruik je meer dan één argument. Ieder argument is extra en staat los van de andere argumenten. Meervoudige argumentatie is de sterkste argumentatiestructuur.
 

1. Het openbaar vervoer moet goedkoper worden.

↑                                  ↑

1.1. Hierdoor zullen de files afnemen.                    1.2. Het is beter voor het milieu.


 

3. Nevenschikkende argumentatie

Bij nevenschikkende argumentatie vormen twee deelargumenten samen een argument. De argumenten onderbouwen samen het standpunt. Als je een van de twee ontkracht, klopt je argumentatie niet meer.
 

 

1. We kunnen vanavond niet meer terug naar Amsterdam.

↑                                   ↑

1.1a. Ik heb te veel gedronken.                         1.1b. De treinen rijden niet.


 

4. Onderschikkende argumentatie

Bij onderschikkende argumentatie ondersteunt een argument een ander argument.
 

 

1. De kinderopvang moet goedkoper worden.

1.1. Er zullen meer vrouwen gaan werken.

1.1.1. Er is een groot tekort aan arbeidskrachten.

 


 

Let op:

  • Zet pijlen in het schema om het onderlinge verband van de argumenten te laten zien.
  • Schrijf in het schema de juiste signaalwoorden tussen de argumenten.
  • Voer de want-dus-proef uit als je twijfelt over de volgorde van de argumentatie. Van standpunt naar argument ga je met want, van argument naar standpunt met dus.
  • Kijk bij betoog hoe je je argumenten het helderst verwoordt.
  • Beoordeel hierna of je argumentatie aanvaardbaar is.