Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Afkortingen

In het dagelijkse taalgebruik maken we veel gebruik van afkortingen: cv, wc, tv, de NS, het DB. Daar is op zich niets tegen, sterker nog: in sommige gevallen zou je het vreemd of storend vinden als de volledige term werd gebruikt. Niemand zal wc uitspreken als watercloset.

 

Toch is het belangrijk om afkortingen niet automatisch te gebruiken als je schrijft. Dat heeft twee redenen. De eerste is dat afkortingen de leesbaarheid van een tekst verminderen, vooral als het er veel zijn. Verder bestaat de kans dat de lezer de afkortingen niet kent, een tweede reden om voorzichtig te zijn met afkortingen.

 

Schrijf daarom zoveel mogelijk afkortingen als jl., m.n., m.i., t.w., i.g.g., m.a.w., e.e.a., bijv., o.a. voluit. Dit zijn afkortingen die je bij het voorlezen als volledige woorden uitspreekt. Verder is het goed gebruik om afkortingen van bijvoorbeeld instanties als OPEC, UNESCO, EGKS bij de introductie voluit te schrijven met de afkorting tussen haakjes erachter. Je kunt dan in het vervolg van de tekst alleen de afkorting gebruiken, bijvoorbeeld: de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS).

 

Voor de begrippen waar we wel altijd een afkorting gebruiken, gelden de volgende regels:

1   Zet een punt na de letter(s) van de afkorting en schrijf hoofdletters als die in de afkorting staan.

     p.   (pagina)                         H.K.H.  (Hare Koninklijke Hoogheid)

 

2    Zet geen punt achter een symbool voor een wetenschappelijk begrip, een eenheid of een valuta:

s    (seconde)         V   (Volt)       Ca (calcium)        EUR  (euro)

 

3    Letterwoorden (cv, wc,  pc, tv) en initiaalwoorden (havo, aids, NAVO, AOW) die je uitspreekt als een woord schrijf je zonder punt.

Uitzonderingen hierop zijn: a.u.b. en c.q.

 

Ga voor een uitgebreidere beschrijving van de spellingsregels voor afkortingen naar woordenlijst.org