Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Spelling van zelfstandig naamwoorden

Een zelfstandig naamwoord is een woord dat zelfstandig gebruikt kan worden, meestal een enkelvoud en meervoud kent en gecombineerd kan worden met een lidwoord.

 

Heao’ers met enige marketingervaring zijn gewild op de arbeidsmarkt.

 

Problemen met de spelling van zelfstandig naamwoorden doen zich vooral voor bij:

 

  • meervoudsvorming: Schrijf je zeën of zeeën? En is het agenda’s of agendas?
  • samenstellingen: Is het viergangendiner of vier-gangen-diner? En groentesoep of groentensoep?
  • afleidingen: Ben je een hbo’er of hbo-er?

Wil je weten of je de spelling onder de knie hebt, maak dan Spellingstoets 1 of Spellingstoets 2.

 

 

 

Meervoudsvorming

 

Van alle telbare zelfstandig naamwoorden kan een meervoud worden gemaakt. Dit gebeurt meestal door -en toe te voegen.

 

De financiële middelen ontbraken.

 

Om een correcte uitspraak te krijgen, moet de spelling van het zelfstandig naamwoord vaak worden aangepast. Zo moet de medeklinker soms worden verdubbeld, een klinker worden verwijderd of een medeklinker worden vervangen.

 

Grote zonnebrillen zijn weer in de mode.
Het fotomodel heeft lange benen.
Hij drinkt drie glazen cola per dag.

 

Maar: Het verslag bestaat uit drie paragrafen.

 

n of -ën

 

Om problemen met de uitspraak te voorkomen voeg je bij een enkelvoud dat eindigt op -ee een trema toe op het achtervoegsel.

De kapitein bevoer verschillende zeeën.

 

Dit doe je ook als de uitgang eindigt op een beklemtoonde -ie.

Voor zijn werkstuk onderzocht de student verschillende theorieën.

 

Als de klemtoon niet op de -ie valt, voeg je alleen een -n toe. Plaats dan wel een trema voor een correcte uitspraak.

Bij acne kan de talg niet snel genoeg uit de poriën stromen waardoor puistjes ontstaan.

 

-s of-‘s

 

Als het meervoud op een ‘s’ eindigt, schrijf je in principe -s:

De ridders kruisten de degens.
Met weemoed denkt zij terug aan haar vakantieliefdes.
Mijn zwager verzamelt oude treinkaartjes.
Het prinsesje ontving veel cadeaus voor haar verjaardag.

 

Je schrijft ‘s als het enkelvoud eindigt op de lange klinkers i, o, y, u, a. Om problemen met de uitspraak te voorkomen komt er een apostrof voor de meervouds-s te staan.

In de boekhandel vind je een uitgebreid assortiment agenda’s.
Ik heb een paar nieuwe ski’s gekocht.
Golf en polo zijn dure hobby’s.

 

 

 

Samenstellingen

 

Samenstellingen zijn twee of meer samengevoegde woorden die ook als afzonderlijk woord kunnen voorkomen (keuze + vak = keuzevak).

 

 

In het Nederlands schrijf je samenstellingen in principe aan elkaar, ook als het een combinatie betreft van ingeburgerde Nederlands-Engelse woorden of Engels-Engelse woorden.

 

 

 

Het restaurant serveert een viergangendiner.

 

Het voetbalteam bereidt zich voor op het nieuwe seizoen.

 

De volgende stap in zijn carrière is de functie van salesmanager.

 

 

 

Op deze regel zijn een aantal uitzonderingen:

 

 

Soms schrijf je samenstellingen niet aan elkaar, maar plaats je een koppelteken. Dit doe je onder andere:

 

 

 

  • als er klinkers op elkaar botsen die ook samen een klank kunnen vormen;
Voor zijn onderzoek hield hij een mini-enquête onder zijn medestudenten.
  • als er drie dezelfde medeklinkers achter elkaar komen te staan;
De directeur presenteerde zijn business-strategie.
  • als driedelige samenstellingen gelijkwaardige delen bevatten;
De prijs-kwaliteitverhouding van het product is in orde.
  • als er een afkorting, cijfer, letter, symbool of letterwoord met hoofdletter(s) is opgenomen in de samenstelling;
De jubileum-cd van Madonna komt binnenkort uit.
Zijn ouders wonen in een Vinex-wijk.
  • als er aardrijkskundige namen gecombineerd worden.
Veel beroemdheden wonen in Amsterdam-Zuid.

 

Samenstellingen met een losse letter

Samenstellingen met een losse letter, zoals T-shirt en c-sleutel, krijgen een streepje, ook als het geen afkortingen zijn. Zo is het bijvoorbeeld: x-as, B-acteur en A-merk.

 

Als er zowel een woord vóór als ná de afkorting of losse letter staat, staan er twee streepjes (koppeltekens) in de samenstelling: kleuren-tv-schermpost-hbo-opleidingvoetbal-T-shirt.

 

Op Onze Taal staat een lijst met de juiste spelling van dit soort samenstellingen. Ook kun je altijd het Groene Boekje raadplegen voor de juiste spelling.

 

Bezitsvorm  van zelfstandig naamwoorden

Is het Peter’s auto of Peters auto? Een bezit wordt altijd aangegeven door een s vast te plakken aan de naam van de eigenaar, behalve als de uitspraak hierdoor verandert.  Het is dus: Peters auto, Annes laptop en Aimés studiekeuze.

 

Bij lange klinkers zou de uitspraak veranderen. Dus daar krijg je ’s achter de naam van de eigenaar, zoals bijvoorbeeld: Anna’s fiets, Thea’s boek en Onno’s verslag.

 

Als een naam eindigt op een sisklank, komt achter de naam van de eigenaar alleen een apostrof (‘), zoals bij: Hans’proefschrift, Max’studentenflat en Márquez’ autobiografie.

 

Deze regels gelden ook voor bij bepaalde soortnamen die naar personen verwijzen, zoals: mijn moeders werk, Italiës hoofdstad en Amerika’s president.

 

Kijk voor meer uitleg en voorbeelden op Taalunieversum.


Tussen-n

 

Veel samenstellingen bevatten een tussenklank die klinkt als ‘e’ of ‘en’. Schrijf de tussenklank ‘en’ als het eerste deel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat alleen een meervoud heeft op -en. Gebruik in alle andere gevallen de tussenklank ‘e’.

 

 

 

De appelboom staat twee meter van de perenboom.

 

Lust jij aspergesoep?

 

Voor de functie is een secretaresseopleiding vereist.

 

 

 

Deze hoofdregel kent een paar uitzonderingen. Schrijf geen tussen-n als:

 

 

 

  • het eerste woorddeel in de context uniek is;
Ik ben mijn zonnebril kwijt.

 

 

  • de samenstelling een bijvoeglijk naamwoord is, waarvan het eerste deel alleen een versterkte betekenis heeft.
Snoepgoed zit vaak boordevol kleur- en smaakstoffen.

 

 

  • de samenstelling versteend is.
De politicus hield ruggespraak met zijn woordvoerder.

 

Of bekijk het filmpje van HvA Taaluniversum waarin het gebruik van de tussen -n wordt uitgelegd:

Tussen-s

 

Schrijf in een samenstelling (bijvoorbeeld ‘waarheidsgehalte’) of voor een achtervoegsel (bijvoorbeeld ‘jongensachtig’) een tussen-s, als je deze hoort. Deze regel geeft de schrijver enige vrijheid. Zo komen bijvoorbeeld vervoerbewijs en vervoersbewijs naast elkaar voor.

 

 

 

Soms is het lastig om te bepalen of je een tussen-s moet schrijven. Dit is het geval als het tweede woorddeel met een sisklank begint. Stel dan vast of het eerste woorddeel met een tussen-s eindigt door een alternatief tweede woorddeel te bedenken dat niet met een sisklank begint.

 

De eigenaar van de eenmanszaak vormt een eenmansfractie.

 

 

 

 

 

Afleidingen

 

Een afleiding bestaat uit één zelfstandig (naam)woord en een of meer voor- en/of achtervoegsels. Een voorbeeld hiervan is ‘mogelijk + heid‘.

 

Soms heeft een afleiding een afkorting als basis. Schrijf een apostrof als de afkorting wordt gevolgd door een achtervoegsel. Plaats echter een koppelteken als de afkorting wordt voorafgegaan door een voorvoegsel.

 

De hbo’er stroomt door naar de universiteit.

 

De docent werd dol van het ge-sms.

 

Wil je meer weten over afleidingen? Kijk dan bij de juiste woordvorm.

 

Verkleinwoorden

Van veel woorden kun je een verkleinwoord maken door -tje, -je, -etje of -pje aan het grondwoord te plakken. Zo wordt het bijvoorbeeld: tekst – tekstje of probleem – probleempje. Als Nederlands je moedertaal is, doe je dit meestal automatisch goed. Zo niet, kijk dan voor de uitgebreide spellingsregels op Taalunieversum.

 

Twee gevallen leveren wel vaak spelfouten op:

  1. Als het grondwoord eindigt op een open klinker en deze wordt met een enkele klinker geschreven, dan verdubbel je deze klinker in het verkleinwoord. Eindigt het grondwoord op een -é, dan verdwijnt het accent in het verkleinwoord en verdubbel je de -e. En als een grondwoord eindigt op een -i (dat je uitspreekt als /ie/), dan voeg je in het verkleinwoord een -e toe.

Zo wordt het:

  • oma – omaatje
  • café – cafeetje
  • taxi – taxietje
  • foto – fotootje
  • menu – menuutje

 

2. Als het grondwoord eindigt op een –u (maar je spreekt het uit als /oe/) of na een –y (na een medeklinker en uitgesproken /ie/), dan krijg je een apostrof in het verkleinwoord.

Zo wordt het:

  • tiramisu – tiramisu’tje
  • baby – baby’tje

Maar je krijgt geen apostrof in essay – essaytje.