Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Werkwoordspelling: tegenwoordige tijd

Voor de vervoeging van de persoonsvorm enkelvoud neem je de ik-vorm als uitgangspunt. De persoonsvorm meervoud is gelijk aan het volledige werkwoord (de infinitief).

Onderwerp Persoonsvorm Voorbeeld
ik ik-vorm ik vind
jij/u ik-vorm + t maar: ik-vorm als ‘jij’ na de persoonsvorm komt jij vindt
vind jij? maar: vindt u
hij/zij/het ik-vorm + t hij vindt
wij hele werkwoord wij vinden
jullie hele werkwoord jullie vinden
zij hele werkwoord zij vinden

 

Fouten worden vooral gemaakt in de volgende twee situaties:

  • Als een werkwoord een voorvoegsel als ge-, be-, her-, ver- of ont- begint. De vorm lijkt dan meestal sterk op het voltooid deelwoord.
Hij bestelt een biertje aan de bar. (3e persoon enkelvoud, tegenwoordige tijd)
Hij heeft een biertje aan de bar besteld. (voltooid deelwoord)
  • Als een zin meerdere persoonsvormen bevat.
De marketingmanager verwacht dat zijn actie een groot succes wordt.

In samengestelde zinnen wijkt soms ook de woordvolgorde af. Laat je niet in verwarring brengen als de persoonsvorm na het voltooid deelwoord staat.

Het is van belang dat er een besluit genomen wordt