Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Je kan / kunt

Ook in onderstaande geval geldt dat beide zinnen goed zijn:

 

zin 1 Je kan maar nooit weten
zin 2 Je kunt maar nooit weten

 

In zin 1 wordt je gebruikt als vervanging van men. De zin heeft dan een algemene betekenis en verwijst niet naar een bepaald persoon. De persoonsvorm die bij men hoort is die van de derde persoon: kan. Als je naar de tweede persoon wilt verwijzen, moet je de persoonsvorm van de tweede persoon gebruiken: kunt. Hetzelfde geldt voor: je zal of je zult.