Hét online taaladviespunt HvA en UvA

De hoofdzin

In de Nederlandse taal onderscheiden we hoofdzinnen en bijzinnen. Hoofdzinnen komen zelfstandig voor, maar bijzinnen maken bijna altijd deel uit van een hoofdzin.

 

 

Een samengestelde hoofdzin bevat twee of meer persoonsvormen.

  • Komt Piet of blijft hij thuis?
  • Wie niet weg is, is gezien.

Je kunt hoofdzinnen met elkaar combineren door middel van de nevenschikkende conjuncties: en, of, dus, maar, want.

  • De gemeente wil geen subsidie verlenen voor dit project dus moeten we onszelf zien te redden.
  • Ondanks haar leeftijd ziet ze er nog steeds geweldig uit want ze sport veel en drinkt nauwelijks alcohol.
  • In Artis worden veel roofvogelsoorten gekweekt waaronder condors, uilen en adelaars maar buizerds heb ik er nog nooit gezien.

Er zijn vier soorten hoofdzinnen:

 

1 mededelingen

  • Mijn zus werkt bij de Rabobank

 

2 bevelen

  • Loop door!

 

3 ja/nee-vragen (mogelijke antwoorden: ja of nee)

  • Is er nog voor me gebeld?

 

4 vraagwoordvragen

  • Wie heeft de 1500 meter gewonnen?