Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Spelling van bijvoeglijk naamwoorden

Een bijvoeglijk naamwoord geeft nadere informatie over het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. Deze specificatie kan een eigenschap zijn of een toestand.

 

De lange student past nauwelijks in de collegebank.

 

Het versleten boek bracht toch nog € 10,- op.

 

Problemen met de bijvoeglijke naamwoorden doen zich voor bij:

 

  1. toevoeging van de -e: is het een opvallend affiche? Of een opvallende affiche?
  2. stofaanduidingen: is het een gouden ring of een goude ring?
  3. bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoorden: schrijf je de vergrote foto of de vergrootte foto?
  4. zelfstandig gebruik van naamwoorden: wanneer schrijf je vele en wanneer velen?

Maak Spellingstoets 1 of Spellingstoets 2 om te kijken of je problemen hebt met de spelling.

 

1. Toevoeging van de -e: is het een opvallend affiche? Of een opvallende affiche?

 

Een bijvoeglijk naamwoord dat voorafgaat aan een zelfstandig naamwoord eindigt vaak op een -e, maar soms niet.

 

A.  Een bijvoeglijk naamwoord krijgt een -e bij:

 

  • (woorden die slaan op) de-woorden;
De jonge docent is erg populair.
 Een nieuwe lesmethode wordt ontwikkeld.

 

  • het-woorden als het bepaalde lidwoord of een bezittelijk of aanwijzend voornaamwoord voorafgaat.
Het/dat opvallende affiche trekt de aandacht.

 

Maar: Een opvallend affiche trekt aandacht.

 

De-woorden                 Het-woorden

De nieuwe auto                    Het nieuwe huis

Een nieuwe auto                  Een nieuw huis

 

 

B.  Een bijvoeglijk naamwoord krijgt geen -e bij:

 

  • een vaste combinatie;
De financieel directeur presenteert het jaarverslag.

 

  • een combinatie van een + bijvoeglijk naamwoord + het woord ‘mens’ of een functie/beroep;
Hij is een idealistisch mens.

 

  • een uitgang op -en.
De bevlogen student wil graag cum laude afstuderen.

 

In sommige gevallen is zowel het gebruik met -e als zonder -e toegestaan. Hier kan een stilistische reden aan ten grondslag liggen. Zo laten veel taalgebruikers bij het-woorden bijvoorbeeld soms de -e weg als het bijvoeglijk naamwoord eindigt op -ig, -lijk, -lijks, -end, -rijk of -isch of als er aan het bijvoeglijk naamwoord een bezittelijk voornaamwoord (mijn, hun) voorafgaat.

 

Het telefonisch overleg vindt maandag plaats.

 

De regisseur heeft een prijs gekregen voor zijn omvangrijk oeuvre.

 

Ook kan het gebruik met of zonder -e een verschil in betekenis met zich meebrengen. Zo is een groot politicus een politicus met aanzien en een grote politicus gewoon een lange man.

 

2. Stofaanduidingen is het een gouden ring of een goude ring?

 

Bijvoeglijk naamwoorden die een stof- of materiaalnaam aanduiden, eindigen meestal op -en als ze voor het zelfstandig naamwoord staan.

 

Heb je wel eens naar De gouden kooi gekeken?

 

 

3. Bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoorden: schrijf je de vergrote foto of de vergrootte foto?

Is het ‘de vergrote foto’ of ‘de vergrootte foto’? In dit geval is het voltooid deelwoord vergroot gebruikt als bijvoeglijk naamwoord. Je schrijft het dan op dezelfde manier als je ‘de grote foto’ zou schrijven. Zo kort mogelijk dus: ‘de vergrote foto’.  Er worden vaak fouten gemaakt omdat ‘vergrootte’ in de zin ‘Hij vergrootte de foto’ wel goed is. ‘Vergrootte’ heeft hier de functie van persoonsvorm (verleden tijd). Het is bij deze woorden dus belangrijk om te bekijken of het gaat om een bijvoeglijk naamwoord of een persoonsvorm in de verleden tijd.

 

Andere werkwoorden waarbij vaak vergissingen worden gemaakt zijn:

• aanbesteden (‘het aanbestede project’ en ‘De hogeschool besteedde het project aan’)

• bereiden (‘de lekker bereide maaltijd’ en ‘Zij bereidde de les goed voor’)

• verpesten (‘de verpeste sfeer’ en ‘De luie student verpestte de sfeer in de klas’)

 

Of bekijk het filmpje van HvA Taaluniversum:

 

Voor meer uitleg en meer voorbeelden zie Onze Taal.

 

 

4. Zelfstandig gebruik van naamwoorden: wanneer schrijf je vele en wanneer velen?

 

Bijvoeglijke naamwoorden als alle, beide, andere, eerste, grote krijgen als ze bijvoeglijk gebruikt zijn geen -n.

 

Voor beide meningen valt wat te zeggen.

 

Als deze naamwoorden zelfstandig worden gebruikt, gelden de volgende regels:

 

  • Schrijf een -n als je verwijst naar personen die niet in de zin genoemd worden én die je er niet direct bij denkt.
Velen kwamen naar de voorlichtingsdagen.

 

  • Schrijf geen -n als je verwijst naar personen die wel in de zin genoemd worden én die je er wel direct bij denkt.
Sommige studenten kwamen met het openbaar vervoer, andere met de fiets.

 

  • Schrijf geen -n als je verwijst naar zaken of dieren, ook als dat gebeurt in combinatie met personen.
Enkele van deze tijdschriften zijn verkeerd geniet.

 

Het goede imago van de organisatie en het gemotiveerde personeel dragen beide bij aan het succes van het bedrijf.