Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Antwoorden: gebruik van ‘jij’ en ‘je’

Welke fouten staan in onderstaande zinnen?

  1. In dat restaurant kan jij heerlijk eten.
  2. Jij kunt de tijd nu eenmaal niet terugdraaien.
  3. Een kind kan jij iets uitleggen, een hond niet.

 

 Antwoorden

Het gebruik van ‘jij’ klopt niet. Je moet hier ‘je’ gebruiken.

 

  1. In dat restaurant kan je heerlijk eten.
  2. Je kunt de tijd nu eenmaal niet terugdraaien.
  3. Een kind kan je iets uitleggen, een hond niet.