Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Tien oplossingen voor schrijfproblemen

  1. Ik heb geen talent voor schrijven.
    Dat hoeft ook helemaal niet want het is niet de bedoeling dat je een roman of toneelstuk aflevert. Zet daarom het idee overboord het dat het vooral mooi, aantrekkelijk of leuk moet zijn wat je schrijft. Voor je studie schrijf je vrijwel altijd zakelijke teksten. Daar heb je geen talent voor nodig, alleen de juiste instelling en werkwijze. Ga naar De juiste werkwijze bij het schrijven.
  2. Ik ben altijd ontevreden over het eindresultaat.
    Deze constatering kan twee oorzaken hebben, die eigenlijk tegenovergesteld aan elkaar zijn:  je bent óf te gemakzuchtig, óf juist te kritisch.
    Met andere woorden: je hebt te weinig tijd besteed aan het schrijven of je legt de lat voor jezelf te hoog. In het eerste geval is het belangrijk tijdig te beginnen en een goed werkplan op te stellen met een realistische tijdsplanning. Zie Tips bij het plannen van de tekst.
    De andere oorzaak: de lat te hoog leggen, komt vooral voor bij mensen die (te) perfectionistisch zijn. Realiseer je dat schrijven een creatief proces is waarbij spontane invallen ontstaan. Je moet daar gebruik van maken en fouten durven te maken. Wanneer je te kritisch oordeelt, blokkeer je die invallen. Hoewel het belangrijk is dat je een goed eindproduct levert, moet je het belang ervan ook kunnen relativeren en de taak niet te zwaar opvatten.
  3. Schrijven kost mij ongelofelijk veel tijd.
    De hamvraag is hier: wat is te veel tijd? Dat is natuurlijk afhankelijk van de zwaarte van het onderwerp, je schrijfervaring, de eisen die aan de tekst worden gesteld et cetera. Veel schrijvers maken zich te makkelijk en snel van de schrijftaak af. Een goede tekst schrijven kost nu eenmaal flink wat tijd, omdat je zoveel taken moet uitvoeren: bedenken van de inhoud, structureren van de inhoud, de juiste toon vinden, de conventies van het soort tekst kennen, een goede analyse van de opdracht maken, voldoen aan de regels van de taal.
    Door een juiste werkwijze kun je wel zo efficiënt mogelijk met de tijd omgaan. Lees hierover meer bij De juiste werkwijze bij het schrijven. Een goede planning maken is verder een must. Ben je niet goed in plannen, vraag dan iemand die dat wel kan je te helpen.
  4. Ik stel het schrijven alsmaar uit en worstel dan met de deadline.
    Hoewel sommige schrijvers de druk van een deadline juist nodig hebben om goed te schrijven, werkt het vooruitzicht ervan bij de meesten verlammend en kun je zelfs in paniek raken naarmate de gevreesde datum dichterbij komt. Van uitstel komt maar al te vaak afstel, en er zit maar een ding op: werk volgens een planning waarbij je het schrijven als werk ziet. Of je het nu leuk vindt of niet, het moet gewoon gebeuren. Van uitstellen wordt het alleen maar nog vervelender. Deel het schrijven op  in kleine, overzichtelijke stappen, waardoor het geheel van de schrijfklus overzichtelijk wordt. Zet één stap tegelijk.  Elke keer als je een stap hebt afgerond, zul je je voldaan voelen. Houd je vorderingen in de planning ook bij en streep letterlijk af wat gedaan is zodat je steeds kunt overzien of je nog op schema ligt. Bouw een routine in.
  5. Ik weet niet hoe ik moet beginnen.
    Tijdens iedere schrijfopleiding leer je het: de eerste zinnen zijn heel belangrijk. Daar besluiten de meeste lezers of ze doorgaan met lezen, of dat de tekst voor hen niet boeiend, geschikt of van belang is. Als schrijver ervaren we daarom kennelijk een grote druk ervoor te zorgen dat we een pakkend begin hebben en kunnen we maar al te lang zitten piekeren daarover. Doe dat niet! Je hoeft in dit geval helemaal niet te beginnen bij het begin, want met een computer kunnen we beginnen waar we willen. Begin bijvoorbeeld met een paragraaf die je al duidelijk voor ogen staat, of met een stuk tekst dat weinig denkwerk vereist. Het mooie aan schrijven is, dat het creatieve deel van je hersenen erdoor geprikkeld wordt waardoor het begin je meestal wel vanzelf invalt. Ga er dan mee aan de slag, eerder niet.
  6. Ik raak snel de draad kwijt van mijn verhaal en maak onnodige zijsprongen.
    Of je snel afdwaalt, heeft te maken met je manier van denken. Sommige mensen denken associatief : hun gedachten gaan vliegensvlug en voordat ze het zelf weten, zitten ze inmiddels heel ergens anders. Anderen zijn juist heel geconcentreerd op één gedachte en kunnen goed focussen, maar zijn weer wat minder flexibel. Beide manieren van denken hebben hun voors en tegens. Ben je een associatieve denker, dan is de kans groter dat je afdwaalt tijdens het schrijven. In dat geval is het belangrijk dat je vooraf vrij gedetailleerd bedenkt wat de lijn van je verhaal zal zijn en wat je waar waarom behandelt en dat vastlegt in een tekstschema. Pak het er regelmatig bij om te controleren of je nog op de goede weg  bent. Overigens hebben die afdwalingen vaak ook een positieve kant: je komt op ideeën die heel bruikbaar of nuttig kunnen zijn voor een ander stuk tekst. Noteer ze daarom  in een apart document.
  7. Ik kan alleen schrijven als ik geïnspireerd ben.
    Deze gedachte blijkt in de praktijk zelfs voor echte romanschrijvers niet realistisch te zijn. De meeste schrijvers gaan ’s ochtends achter hun bureau zitten en schrijven is ook voor hen voor een groot deel een kwestie van hard en onverstoorbaar doorwerken. Ga dus niet zitten wachten op de briljante invallen en ideale omstandigheden, maar neem het schrijfschema erbij en begin te schrijven over iets waar je al iets van af weet of waar je zojuist over gelezen hebt. Laat je daarbij niet al te zeer hinderen door het zoeken naar de juiste woorden. Schrijf zoals het in je opkomt. In de volgende herschrijfsessie kun je dan wat meer aandacht besteden aan de juiste manier van uitdrukken. Zie ook Tips bij het formuleren.
  8. Ik doe maar wat; ik heb geen idee hoe ik het moet aanpakken.
    Kennis van en inzicht in het schrijfproces zijn belangrijke voorwaardes om een goede tekst te schrijven.  Er is veel onderzoek gedaan naar de werkwijze van goede schrijvers. Hun geheim is dat ze vaak meer en beter plannen dan problematische schrijvers. Lees daarom de aanwijzingen bij De juiste werkwijze bij het schrijven. Beschouw het schrijven als een probleem dat opgelost moet worden: schrijven is niet alleen uitschrijven maar er zijn periodes waarin je flink moet nadenken over de verbanden tussen diverse onderdelen, de argumenten bij je mening of de juiste volgorde van de informatie.
  9. Ik weet niet goed wat er van mij verwacht wordt.
    Alleen wanneer je helder hebt wat de bedoeling is, kun je een goede tekst schrijven. Besteed daarom veel aandacht aan het goed lezen en doorgronden van de opdracht. Wanneer die niet helder is verwoord, of je begrijpt niet precies wat je moet doen, vraag dan aan je begeleider wat de bedoeling is. Maak duidelijke afspraken, zo voorkom je veel gedoe achteraf. Zie ook Tips bij het voorbereiden van de tekst. De meeste studies hebben bovendien protocollen of voorschriften die op vaak op Blackboard staan, of in de studiegids. Klik hier voor een voorbeeld van de studie Planologie.
  10. Ik ben slecht in taal.
    Misschien is Nederlands niet je moedertaal, of is er in je vooropleiding niet veel tijd besteed aan taalbeheersing. Het kan ook zijn dat je niet zo geïnteresseerd bent in taal, of dat je dyslectisch bent. Desondanks wordt er toch van je verwacht dat je een tekst op niveau inlevert en dat die voldoet aan de eisen van de opleiding en van de taal. Met andere woorden:  het zijn geen geldige excuses. Van iemand met een hogere vooropleiding wordt nou eenmaal verwacht dat hij beschikt over goede communicatieve vaardigheden. Lees de advertenties er maar op na. Je zult dus de bovenstaande problemen dus moeten aanpakken. Kijk hier voor vervolgcursussen bij de HvA en UvA.